Hongaars

Les 1: alfabet en uitspraak
Les 2: de basis
Les 3: meer basis
Les 4: de werkwoorden
Les 5: het gebruik van werkwoorden

 

Les 1: Alfabet en uitspraak

Cursus Hongaars: Les 1 Alfabet en uitspraak

Medeklinkers

Enkele afwijkende medeklinkers worden als volgt uitgesproken:

  • c: als ts als in het Nederlandse fiets.
  • g: als in het Duits;
  • s: als ‘sj’ als in het Nederlandse sjaal.
  • v: als de Nederlandse ‘w’;
  • cs: als ‘tsj’ als in het Nederlandse fietsje (bijvoorbeeld Pécs = Peetsj);
  • gy: als ‘dj’ (bijvoorbeeld Györ = Djeur);
  • ly: als ‘j’;
  • ny: als ‘nj’;
  • sz: als een harde ‘s’.
  • ty: als ‘tj’;

De letters q, w, x, y zijn niet Hongaars en komen alleen voor in buitenlandse leenwoorden en in enkele familienamen.

Opmerking: Dubbele medeklinker worden lang uitgesproken. Als een dubbele medeklinker voorkomt aan het einde van een woord probeer dan de klank langer aan te houden. Bij medeklinkers als gy, ny, ty, sz etc. wordt in deze gevallen alleen de eerste letter verdubbeld: (ssz, ggy, etc.)

Klinkers

  • Klinkers met een accent aigu (bijvoorbeeld á, é) moeten lang worden uitgesproken.
  • Trema’s (vergelijkbaar ö en ü in het Duits) en de meeste medeklinkers kennen geen bijzondere uitspraakregels.
  • In het Hongaars bestaan geen samengestelde klanken (vgl Nederlands ui, oe, eu). Spreek dus elke letter afzonderlijk uit.
  • o” is een lange versie van ö, als in het Duitse ‘schön’ (Opm: o” wordt in werkelijkheid geschreven als een o met een dubbele quote er boven).
  • u” is een langere versie van ü (Opm: net als o” wordt in werkelijkheid geschreven als een u met een dubbele quote er boven).

Klemtoon

De klemtoon valt altijd op de eerste lettergreep, streepjes op medeklinkers hebben derhalve geen invloed op de klemtoon maar op de uitspraak van de letter. Ondanks dat de overige lettergrepen geen klemtoon hebben we ze niet samengevoegd of ingeslikt maar afzonderlijk uitgesproken.

Vocabulaire

Enkele woorden die u dagelijks tegenkomt in Hongarije en die dus handig zijn om te leren. Denk erom dat de klemtoon altijd op de eerste lettergreep valt.

woord uitspraak betekenis

  • kérem (kehr-em) = alstublieft
  • köszönöm (kuhr-surnurm) = dankuwel
  • igen (i-gen) = Ja
  • nem (nem) = Nee
  • bejárat (bey-ahrot) = Ingang
  • kijárat (kee-yahrot) = Uitgang
  • autóbusz (ow-to-boos) = bus
  • hegy (hedge) = heuvel
  • hid (heed) = brug
  • kávéház (kah-vayhahs) = café
  • palota (poll-otoh) = paleis
  • palyaudvar (pah-yood-vor) = metrostation
  • sziget (sig-et) = eiland
  • szálló (sahl-loh) = hotel
  • templom (templom) = kerk
  • ter (tayr) = plein
  • ut (ut) = weg
  • utca (utsa) = straat
  • vendégló (vend-ehg-lieur) = restaurant
  • villamos (vil-la-mohsh) = tram

Les 2: De Basis

Cursus Hongaars: Les 2 De basis

Vocabulaire

  • magyar (gy wordt uitgesproken als dy, weet u nog?) – Hongaars
  • igen – ja
  • nem – nee, niet
  • angol – engels
  • amerikai (Laatste twee letters afzonderlijk uitspreken, weet u nog?) – Amerikaan
  • nyelv – taal
  • szép – mooi
  • itt – hier
  • no” – vrouw
  • férfi – man
  • nagyon – Zeer, erg
  • város – plaats
  • és – en
  • vagyok – Ik ben
  • könnyu” – makkelijk

Enkele voorbeeldzinnen:

  • A no” magyar és a férfi angol. De vrouw is Hongaar en de man is Engels.
  • A város nagyon szép. De plaats is erg mooi.
  • Amerikai vagyok. Ik ben een amerikaan.
  • A magyar nyelv könnyu”. De Hongaarse taal is makkelijk

Grammatica

Het bepaald lidwoord
Aan bovenstaande zinnen kunt u zien dat het lidwoord in het Hongaars A is. Voor een zelfstandig naamwoord dat begint met een klinker wordt A > Az.

  • A város – de plaats
  • Az autó – de auto

Vergelijkende zinnen
U heeft wellicht opgemerkt dat in bovenstaande zinnen een ‘A város szép’ constructie en een ‘A no” magyar’ constructie gebruikt werd waarbij geen werkwoord “zijn” gebruikt wordt. Hongaren kennen het werkwoord ‘zijn’ wel, het wordt zelfs vaak gebruikt, maar in vergelijkende zinnen mag het weggelaten worden. Deze regel geldt echter alleen voor de 3e persoon.

Persoonlijke voornaamwoorden en het onregelmatige werkwoord ‘Zijn’ > ‘Lenni’
De persoonlijke voornaamwoorden in Hongarije zijn als volgt, zolang ze samengaan met vervoegingen van het werkwoord ‘lenni’, ‘zijn’:

  • én vagyok Ik ben
  • mi vagyunk wij zijn
  • te vagy jij bent
  • ti vagytok jullie zijn
  • maga van U bent
  • maguk vannak U bent (Meervoud)
  • o” van hij, zij, het is o”k vannak zij zijn

Voorbeelden
Net als in het Nederlands wordt Jij alleen gebruikt bij het spreken tegen goede vrienden, familie, kinderen of onder jongeren.

Weglaten van het persoonlijk voornaamwoord
Indien er werkwoorden gebruikt worden kan men aan de uitgang van het werkwoord zien in welke persoon gesproken wordt en of het enkel- of meervoud is. Het gebruik van het persoonlijk voornaamwoord is in het Hongaars dan ook facultatief en wordt voornamelijk gebruikt om nadruk te leggen. Let op de volgende voorbeelden: Amerikai vagyok. (Let ook op de woordvolgorde) Angol vagy? Itt vagyunk. – Wij zijn hier

Oefeningen

Vertaal de volgende zinnen in het Nederlands:

  1. Magyar vagyok.
  2. Itt vagytok.
  3. A város nagyon szép.
  4. Az angol nyelv könnyu”.
  5. Itt a férfi.

Vertaal de volgende zinnen in het Hongaars

  1. Ik ben een Amerikaan.
  2. De plaats is hier.
  3. De Hongaarse taal is makkelijk.
  4. De vrouw is erg mooi.
  5. Ja, we zijn hier.

Les 2: Antwoorden

Antwoorden Oefening les 2: De basis.

1. Ik ben Hongaar.
2. Jullie zijn hier.
3. De plaats is erg mooi.
4. De Engelse taal is makkelijk.
5. De man is hier.
6. Amerikai vagyok.
7. Itt a város.
8. A magyar nyelv könnyu”.
9. A no” nagyon szép.
10. Igen, itt vagyunk.

 

Les 3: Meer Basis

Cursus Hongaars: Les 3  Meer Basis

Vocabulaire

  • ott – daar
  • mi? – wat?
  • ki? – wie?
  • az – dat (een ander woord dan het lidwoord maar je schrijft het hetzelfde)
  • ez – dit
  • köszönöm – Dank u
  • mi a neve? – Hoe heet u?
  • a nevem – mijn naam is…
  • asztal – tafel
  • pincér (denk erom: c is ‘ts’) – ober
  • jól – goed
  • hol? – waar?
  • is – ook
  • hogy? – hoe?
  • egy – een, één.
  • autó – auto

Voorbeeldzinnen:

  • Mi az? – Wat is dat?
  • Ez egy autó és az egy asztal – Dit is een auto en dat is een tafel.
  • Köszönöm, jól vagyok. – Dank U, het gaat goed met me.
  • Hol a pincér? Ott. – Waar is de ober? Daar.

Grammatica

Het onbepaald lidwoord
Het onbepaald lidwoord in het Hongaars is egy, wat ook “één” betekend. In het Hongaars wordt het echter vaak weggelaten. Bijvoorbeeld: O” turista. – Hij is (een) tourist. Egyetemista vagyok. – Ik ben (een) student.

Aanwijzend voornaamwoord
De Hongaarse woorden ez en az komen achtereenvolgens overeen met dit (deze) en dat (die). Bijvoorbeeld: Ki ez? -Wie is dit? Ez az autó szép. – Deze auto is mooi.Az az autó is szép. -Die auto is ook mooi. Ez az asztal. – Dit is de tafel. Opmerking: Ez az asztal kan zowel ‘dit is de tafel’ als ‘deze tafel…..’ maar hier moet het het eerste zijn aangezien het tweede geen volledige zin is.

Begroeting
Hier enkele praktische begroetingen:

  • Jó reggelt (kívánok) – Goede morgen
  • Jó napot (kívánok) – Hallo (formeel, letterlijk ‘goeden dag’)
  • Jó estét (kívánok) – Goeden avond
  • Jó éjszakát (kívánok) – Goede nacht

Opmerking: Bovenstaande uitdrukkingen worden zowel formeel als informeel gebruikt. Het woord kívánok is optioneel en een beetje formeler. Samen met kívánok, betekend de uitdrukking letterlijk: Ik wens u…..

  • A viszontlátásra – Tot ziens (formeel)
  • Szervusz (Szervusztok aan meerdere personen) – Hallo/tot ziens (informeel)
  • Szia (Sziasztok aan meerdere personen) – Hallo/Tot ziens (meer informeel)
  • Hogy van? – Hoe maakt u het? (formeel)
  • Hogy vagy? – Hoe gaat het? (informeel) Opmerking: Hongaren menen deze vragen en verwachten een antwoord. Lees ook onze pagina over cultuurverschillen. Een goed antwoord kan zijn: Jól vagyok, ‘Het gaat goed’.

Vocaal Harmonie
Vocaal harmonie is een erg belangrijk concept in het Hongaars. Klinkers zijn verdeelt in twee categorieën: Voor en Achter. Bekijk onderstaande reeks:

  • Achter klinkers a á o ó u ú
  • Voor klinkers e é i í ö o” ü u”

Het concept is belangrijk bij het toevoegen van achtervoegsels en, zoals u nog zult merken, het Hongaars heeft vele achtervoegsels. Achtervoegsels komen meestal voor in twee groepen. Welke u moet gebruiken wordt bepaald door het feit of het een Voor-woord (Bevat voor-klinkers) of een achter-woord is.  Een woord dat beiden bevat is meestal een achter-woord.  In geval van een samenstelling (twee verschillende woorden samengevoegd) moet u de klinkers in het tweede woord-deel gebruiken.  En, tot slot, soms is er een derde achtervoegsel te kiezen dat alleen van toepassing is op woorden die deel uitmaken van de -ö, o”, ü, u”- subcategorie. Dit mag op het eerste gezicht verwarrend klinken maar kijk eens naar wat voorbeelden en het wordt wellicht wat duidelijker:

Voor- ö,o”,ü,u”-woorden: asztal étterem ül barát üveg külföld gulyás keres küld virág (beiden) útlevél (samenstelling)

Vokaal harmonie wordt belangrijk als we gaan praten over werkwoorduitgangen in de volgende les.

Oefeningen

Vertaal de volgende zinnen in het Nederlands:
1. Turista vagy.
2. Ez az asztal szép.
3. Az az autó.
4. Jó napot, hol egy pincér?
5. Ott a no”.

Vertaal de volgende in het Hongaars:
6. Dit is de man.
7. Deze taal is makkelijk.
8. Wat is dat?
9. Waar is een auto?
10. Goede morgen, hoe maakt u het? Met mij gaat het goed, dank u.

Onder welke vocaal harmonie vallen de volgende woorden:
11. nyelv  12. anya  13. fogalom  14. egyetem  15. pincér  16. Magyarország  17. Lengyelország  18. üveg  19. külföld  20. világ

Les 3: Antwoorden

Les 3: De antwoorden

1. U bent een toerist.
2. Deze tafel is mooi.
3. Dat is de auto.
4. Hallo, waar is een ober?
5. De vrouw is daar.
6. Ez a férfi.
7. Ez a nyelv könnyu”.
8. Mi az?
9. Hol egy autó?
10. Jó reggelt, hogy van(or vagy)? Köszönöm, jól vagyok.
11. voor 12. achter 13. achter 14. voor 15. voor 16. achter 17. achter (samengesteld woord) 18. voor 19. voor, Ö,o”,ü,u” subcategorie 20. achter (gemengd)

 

Les 4 Introductie werkwoorden en meer..

Cursus Hongaars voor vakantiegangers: Les 4 Introductie werkwoorden en meer…

Vocabulaire

  • tanul – hij, zij, het leert/studeert
  • ért – hij, zij, het begrijpt
  • beszél – hij, zij, het spreekt
  • lakik – hij leeft
  • eszik – hij eet (onregelmatig werkwoord enni)
  • ül – hij, zij het zit
  • lát – hij, zij, het ziet
  • dolgozik – hij, zij, het werkt
  • étterem – restaurant
  • nem – nee, niet
  • de – maar
  • magyarul – Hongaars (bijwoord, gebruikt bij de werkwoorden ‘studeert’ of ‘spreekt’)
  • angolul – Engels (bijwoord net als magyarul)
  • -ban/-benachtervoegsel in

Enkele voorbeeldzinnen:

  • Beszél magyarul? – Spreekt hij (of U) Hongaars?
  • Nem, angolul beszél. – Nee, hij spreekt Engels.
  • Nem lakik Londonban. – Hij woont niet in Londen

Grammatica

Werkwoorden

In bovenstaande vocabulaire heeft u enkele werkwoorden gekregen in de derde persoon enkelvoud. Dit is de werkwoord stam en die is erg belangrijk. Aan deze stam voegen Hongaren uitgangen toe om de persoon en het aantal aan te geven De uitgangen zijn voor vervoegingen van werkwoorden in de onbepaald tegenwoordige tijd (Hier komen we nog op terug in de volgende les).

Enkelvoud Meervoud 1e persoon -ok, -ek, -ök -unk, -ünk 2e persoon -sz -tok, -tek, -tök 3e persoon –niets– -nak, -nek

U zult zich afvragen waarom er soms meer dan 1 uitgang in een cel staat? Nu daar komt vocaal harmonie weer om de hoek kijken die we in les 3 bespraken. In bovenstaande tabel waar meer dan 1 uitgang genoemd staat is de eerste bedoeld voor “achter-woorden” en de tweede voor “voor-woorden” en de derde voor ö,o”,ü,u” woorden. Kijk eens naar de volgende drie tabellen voor de vervoeging van het achter-woord ‘tanul’ en de voor-woorden ‘beszél’ en ‘ül’.

tanulni – studeren én tanulok mi tanulunk te tanulsz ti tanultok o”/maga tanul o”k/maguk tanulnak beszélni – spreken én beszélek mi beszélünk te beszélsz ti beszéltek o”/maga beszél o”k/maguk beszélnek

In de volgende tabel zijn de afwijkingen van een regulier voor-woord dikgedrukt:

ülni – zitten én ülök mi ülünk te ülsz ti ültök o”/maga ül o”k/maguk ülnek

Enkele uitzonderingen:

  1. Veel Hongaarse stammen eindigen op -ik. Bij deze werkwoorden zijn twee opmerkingen te maken. De -ik verschijnt alleen in de 3e persoon enkelfout, het vervalt voor dat er achtervoegsels worden toegevoegd. Bovendien eindigd het in de eerste persoon enkelfout niet op ‘k’ maar op ‘m’. Zo wordt het werkwoord Lakik (lakni) ‘Leven’ als volgt vervoegd: lakom, laksz, lakik, lakunk, laktok, laknak. (Opmerking: Enkele Hongaren volgen deze regel zelf ook niet en zullen dus lakok, etc. zeggen, maar dat is niet correct).
  2. Werkwoord stammen die eindigen op -s, -z, or -sz hebben alternatieve uitgangen in de 2e persoon enkelfout om fonetische redenen. De uitgang is -l, vooragegaan door de toepasselijke link-klinker, o, e, or ö. Zo wordt het werkwoord eszik ‘eten’ (bovendien een -ik woord) als volgt vervoegd: eszem, eszel, eszik, eszünk, esztek, esznek.
  3. Werkwoord stammen die eindigen op twee medeklinkers of -ít hebben een Link-klinker nodig a/e/ö voor de -sz, -nak/-nek, en -ni (infinitieve) achtervoegsels. En voor de -tok/-tek achtervoegsel moet een o/e/ö lionk-klinker worden opgenomen. Hier het werkwoord mond (mondani) ‘zeggen’: mondok, mondasz, mond, mondunk, mondotok, mondanak.

Zo, dat is even genoeg over werkwoorden voor 1 les!

Het -ban/-ben achtervoegsel
In en binnen komen overeen met de achtervoegsels -ban/-ben in het Hongaars. Aangezien u nu alles weet over vocaal harmonie weet u dat -ban gebruikt wordt voor achter-woorden en -ben voor voor-woorden.

Ontkenning
Ontkennen is eenvoudig in het Hongaars: Voeg nem toe voor het werkwoord.

Nog meer voorbeeld zinnen:

  • Tanulok Philadelphiában. Ik studeer in Philadelphia.
  • értem, de te nem érted.  Ik begrijp het wel, maar jij begrijpt het niet.
  • Én nem lakom Los Angeles-ben, de o” ott lakik. Ik woon niet in Los Angeles, maar hij woont daar.
  • Magyarul beszéltek? Nem, angolul beszélünk. Spreekt U (Meervoud) Hongaars? Nee, wij spreken Engels.
  • Látsz?Zie je? (Informeel)
  • Lát? Ziet u? (formeel)
  • Itt ülnek.Zij zitten daar.

Oefeningen

Vertaal de volgende zinnen in het Nederlands:

1. Tanulnak Rómában.
2. Nem beszélek angolul.
3. Ott lakom.
4. Jól beszélsz magyarul.
5. Ki ért?

Vertaal de volgende zinnen in het Hongaars:
6. Ik ben aan het eten.
7. Studeert u Hongaars?
8. Hij zit hier ook.
9. Waar studeren jullie?
10. Die ober werkt in het restaurant

Les 4: Antwoorden

Les 4: de antwoorden

1. Zij studeren in Rome.
2. Ik spreek geen Engels.
3. Ik woon daar.
4. U spreekt goed Hongaars.
5. Wie begrijpt dit?

6. Eszem.
7. Tanul magyarul?
8. Ö is ül itt.
9. Hol tanultok?
10. Az a pincér dolgozik az étteremben.

 

Les 5: Het gebruik van Werkwoorden

Cursus Hongaars: Les 5 Het gebruik van werkwoorden

Vocabulaire

Voor alle werkwoorden wordt het accusatief achtervoegsel (Zie verder) tussen haakjes gegeven.

  • ház (-at) – huis
  • ismer – weten
  • küld – sturen
  • olvas – lezen
  • könyv (-et) – boek
  • szeret – houden van, liefhebben
  • valami (-t) – iets
  • gulyás (-t) – goulash
  • akar – willen
  • kér – vragen naar, willen (vriendelijk)
  • kérek/kérem – Alstublieft (letterlijk: “Ik vraag naar”)

Er volgen heel veel voorbeeldzinnen in het Gramatica-deel van deze les.

Grammatica

Lijdend voorwerp
Een lijdend voorwerp is de ontvanger van de activiteit van een werkwoord. ‘Cake’ is het lijdend voorwerp in de zin: “Ik eet de cake” en ‘mij’ is het lijdend voorwerp in de zin “Hij mag mij graag”. Een werkwoord dat meestal gecombineerd wordt met een lijdend voorwerp wordt een overgankelijk werkwoord genoemd (b.v. eten, betreuren). Dat betekent dat het meestal gecombineerd wordt met een lijdend voorwerp. Voorbeeld: Ook ik betreurt de gang van zaken.Betreuren is een overgankelijk werkwoord. Dat betekent dat het meestal gecombineerd wordt met een lijdend voorwerp. Van Dale geeft: “een ongeluk, een vergissing betreuren; ik betreur dit (…)”. ik is hier onderwerp, betreur de persoonsvorm en de gang van zaken lijdend voorwerp.

Er zijn ook werkwoorden die nooit een lijdend voorwerp bij zich hebben. Zo’n werkwoord noemen we een onovergankelijk werkwoord.

Sommige Nederlandse werkwoorden kunnen zowel overgankelijk als onovergankelijk gebruikt worden, bijvoorbeeld: hangen – ik hang de jas aan de kapstok/ de jas hangt aan de kapstok breken – ik breek een glas/ het glas breekt koken – ik kook de melk/ de melk kookt

In het Nederlands kunnen we het lijdend voorwerp bepalen aan de hand van de woordvolgorde. ‘Mieke houdt van Gertjan’ en ‘Gertjan houdt van Mieke’ bevatten dezelfde woorden maar de betekenis is verschillend als gevolg van de woordvolgorde. In het Hongaars is de woordvolgorde flexibel en het lijdend voorwerp is herkenbaar aan de uitgang -t. Dit wordt de accusatief uitgang (vierde naamval) genoemd. Veel woorden die eindigen op een medeklinker hebben een link-klinker nodig voor de uitgang, e voor voor-woorden en meestal o maar soms a voor achter-woorden. Bij woorden die eindigen op een klinker wordt meestal de laatste klinker verlengt.

Dit klink allemaal nogal moeilijk, en dat is het ook, maar maakt u zich niet al te druk over de link-klinker, het belangrijkste deel is de -t. Probeert u gewoon elke keer de vorm te leren die u tegenkomt en uiteindelijk krijgt u er vanzelf gevoel voor. Kijk eens naar de volgende voorbeelden:

  • Látok egy házat. – Ik zie een huis.
  • Ismerek egy pincért – Ik ken een ober.
  • Magyart tanulok. – Ik studeer Hongaars.Opmerking: Dit betekend letterlijk: Ik studeer een Hongaarse les, in de algemene zin van ‘Ik studeer Hongaars’ wordt meestal magyarul gebruikt.
  • Mit olvasol? (Weet u nog? -sz wordt -l na stammen die eindigen op s,sz,z) – Wat bent u aan het lezen?

Onbepaalde en bepaalde werkwoordvervoegingen
In het Hongaars zijn twee manieren om werkwoorden te vervoegen in elke tijd. In de vorige les heeft u kennis kunnen nemen van de onbepaalde en in deze les leren we de bepaalde. Dit is een essentieel onderdeel van de Hongaarse grammatica en het zal, zeker in het begin, lastig zijn. Hier volgen enkele basisregels om u een gevoel te geven waar het over gaat:
De onbepaalde vervoeging wordt gebruikt als:

  1. Het werkwoord in onovergankelijk (nooit een lijdend voorwerp bij zich).
  2. Het onderwerp van een overgankelijk werkwoord is onbepaald (Iets in het algemeen, voorafgegaan door het onbepaalde lidwoord egy). Tevens als er geen onderwerp is zoals in de zin “Ik lees”.
  3. Het onderwerp van het werkwoord is een 1e of 2e persoon, b.v. ‘zij mogen jou’, ‘jij mag mij’. Het is dan niet nodig de 1e of 2e persoon in de zin op te nemen, het gebruik van de onbepaalde vervoeging is dan afdoende. (Zie voorbeelden verderop).

De bepaalde vervoeging wordt gebruikt als: 1. het onderwerp van het overgankelijk werkwoord bepaald is (voorafgegaan door het bepaald voorzetsel ‘a, az’; een persoons- of een plaats-naam) 2. Het onderwerp van het werkwoord is een 3e persoon, b.v. ‘Ik mag hem’, ‘Wij begrijpen het’. Ook hier geldt: Het is niet nodig het onderwerp te vermelden. Het gebruik van de bepaalde vervoeging houd dit impliciet in.

De bepaalde vervoeging
Hier zijn de achtervoegsels van de bepaalde vervoeging in de tegenwoordige tijd, gevolgd door de vervoegingen van het achter-werkwoord tud en de voorwerkwoorden ért en küld enkelvoud meervoud 1e persoon -om, -em, -öm -juk, -jük 2e persoon -od, -ed, -öd -játok, -itek 3e persoon -ja, -i -ják, -ik

  • tudni – weten én tudom mi tudjuk te tudod ti tudjátok o” tudja o”k tudják
  • érteni – begrijpen én értem mi értjük te érted ti értitek o” érti o”k értik
  • In de volgende rij zijn de vormen die verschillen van een regulier voor-werkwoord dik aangegeven: küldeni – sturen én küldöm mi küldjük te küldöd ti külditek o” küldi o”k küldik

Enkele uitzonderingen:

  1. Bij werkwoord stammen die eindigen op -s, -sz, of -z samen met elk achtervoegsel dat begint met de letter j, vervalt de j  en de laatste medeklinker van de stam wordt verdubbeld. Weet u nog dat sz bij verdubbeling ssz wordt? Hier een voorbeeld met het achter werkwoord olvasni ‘lezen’ met de afwijkingen in het vet: olvasom, olvasod, olvassa, olvassuk, olvassátok, olvassák.
  2. Bij -ik werkwoorden vervalt het -ik achtervoegsel van de stam in alle vormen van de bepaalde vervoeging. Voorbeeld zinnen welke gebruik maken van bepaalde en onbepaalde werkwoorden:
  • Olvasni szeretek. (onbep.) – Ik houd van lezen
  • Szeretem a könyvet. (bep.) – Ik vind dit een goed boek. 
  • Ez a pincér ismeri a no”t. (bep.) – Deze ober kent de vrouw.
  • Nem értem. (bep.) – Ik begrijp het niet.
  • Értesz? (onbep.) – Begrijpt u mij (of ons)?
  • Egy házat akarok. (onbep.) – Ik wil een huis.
  • A gulyást kérem. (bep.) – Ik wil graag goulash. Of: De goulash, alstublieft.
  • Ismerem Rómát. (bep.) – Ik ken Rome.
  • Tanul magyarul? (onbep.) – Studeert hij Hongaars?
  • Ismered a nyelvet? Igen, ismerem. (bep., bep.) – Kent u de taal? Ja, ik ken hem..
  • Hol dolgoztok? (onbep.) – Waar werken jullie?
  • Laci szeret. (onbep.) – Laci houdt van mij OF ons OF jou. Opmerking: In dit soort gevallen maakt de context wel duidelijk wat bedoelt wordt.

Oefeningen

Vertaal de volgende zinnen in het Nederlands:

1. Jó reggelt, mit olvasol?
2. Szeretem a magyar nyelvet.
3. Hol tanulnak?
4. Én ismerem Évát, de o” nem ismer. (Merk het gebruik van persoonlijk voornaamwoord op om meer nadruk te leggen)
5. Látsz egy asztalt? Ülni akarok.

Les 5: Antwoorden

Hongaarse cursus les 5: Antwoorden.

1. Goede morgen, wat bent u aan het lezen?
2. Ik houd van de Hongaarse taal.
3. Waar studeren zij?
4. Ik ken Eva, maar zij kent mij niet.
5. Ziet u een tafel? Ik wil zitten.

6. Kérek magyarul beszélni.
7. Látod ott a no”t?
8. Ez a ház nagyon szép.
9. Hol van az étterem? Nem látom.
10. A városban lakunk.

Vertaal de volgende zinnen in het Hongaars:

6. Ik wil graag Hongaars spreken.
7. Zie je de vrouw daar?
8. Dit is een erg mooi huis.
9. Waar is het restaurant? Ik zie het niet.
10. Wij wonen in de stad.

 

Herhaling les 1 t/m 5

Nieuwe grammatica wordt aangegeven met .

Er is veel behandeld in de eerste vier lessen. Deze herhaling is alleen om u te helpen zaken op te helderen en om wat te oefenen met de geleerde grammatica en woorden. Ook worden er nog wat details toegevoegd die eerder werden weggelaten. In deze herhaling wordt bij elke herhalingles de vocabulaire gebruikt uit alle vier de lessen, aangevuld met enkele nieuwe woorden.

Herhaling les 2.

In les 2 leerde u het bepaalde lidwoord A/Az, vergelijkende zinnen, het weglaten van het persoonlijk voornaamwoord, en het werkwoord Lenni ‘zijn’. Dit zijn redelijk eenvoudige grammatica-regels maar wellicht is de algemene zinsbouw een beetje verwarrend. De volgende zinnen zijn daarom bedoeld om meer voorbeelden van de Hongaarse zinsbouw te zien zodat u beter zult begrijpen hoe de taal is opgebouwd. Bedenk echter dat de woord-volgorde erg flexibel is en dat er dus bijna altijd meerdere mogelijkheden zijn voor de zelfde zin.

  • Amerikai vagyok.- Ik ben een Amerikaan. Opmerking: Dit is de meest gebruikelijke woordvolgorde, maar als u ‘Vagyok amerikai’ zegt wordt u prima begrepen. Maakt u zich dus niet al te druk over de woordvolgorde, het komt vanzelf goed. Realiseer u dat de zinsbouw van vele Hongaarse zinnen tegenovergesteld is aan de zinnen in het Nederlands, vooral in langere zinnen.
  • Ez a pincér magyar, de az a pincér angol.- Deze ober is Hongaar, maar die ober is Engelsman. Opmerking: Merk op dat ‘is’ in deze en de volgende twee zinnen ontbreekt.
  • Az étterem nagyon nagy – Het restaurant is erg groot.
  • A nyelv szép.- De taal is mooi.

Maar, van wordt gebruikt waar en hoe iemand is:

  • Laci a házban van. – Laci is in het huis.
  • Hogy van Kati? – Hoe gaat het met Kati

Bedenk dat bij de eerste en tweede persoon het werkwoord ‘zijn’ nodig is. Bedenk tevens dat het persoonlijk voornaamwoord (Ik, jij ..) weggelaten kan worden. Hier zijn enkele zinnen met het optionele persoonlijk voornaamwoord tussen haakjes:

  • A nevem John. (Én) Egyetemista vagyok.- Mijn naam is John. Ik ben een student.
  • (Ti) Hogy vagytok? -(Mi) Jól vagyunk. – Hoe gaat het met jullie? Met ons gaat het goed.
  • (Te) Az autóban vagy. (Én) A házban vagyok.- YJij bent in de auto. Ik ben in het huis.

Ga terug naar les 2

Herhaling les 3

In les 3 leerde u over het onbepaald voorzetsel egy, het aanwijzend voornaamwoord ez en az, begroetingen en het concept vocaal harmonie. Deze les zou u nu moeten begrijpen omdat u les 4 en 5 ook gezien heeft. De volgende zinnen zijn bedoeld om meer voorbeelden te zien van woordgebruik en zinsbouw.

  • Ez az autó nagy. Ez a nagy autó. Ez a nagy autó szép. Deze auto is groot. Dit is een grote auto. Deze auto is mooi. Opmerking Merk de verschillen op in het gebruik van ez in deze drie zinnen.

Terug naar les 3

Helaas is deze Hongaarse taalcursus voor vakantiegangers nog niet af. Onze excuses hiervoor. Bij voldoende belangstelling zullen we hier uiteraard mee verdergaan. Laat u hieronder een berichtje achter?